Home » Essays » De donkere kant van de democratie

De donkere kant van de democratie

 

Wat bezielt al die mensen? Waarom is tegenwoordig iedereen zo betweterig en pedant, zelfs als elke grond ter legitimering van zulke houding ontbreekt?

"Beenhouwer, ge moet wat meer zout in uw américain doen, bakker uw patékes zijn te zoet, meester, ge moet wat strenger zijn in uw lessen..."

Iedereen lijkt wel specialist  te zijn in de meest uiteenlopende vaardigheden. Zeer bevreemdend vind ik dat. Wat zou een kruidenier kunnen weten over de manier waarop ik mijn lessen denk te moeten geven, en hoe kan het dat zovelen (ik niet uitgezonderd!) vaak het advies van een dokter naast zich neerleggen en zelf aan het experimenteren slaan met 'alternatieven'? Telkens neem ik me weer voor om me niet druk te maken over de eigenwijze reacties van leken die op mij vertrouwde domeinen komen winkelen. Kent u dat gevoel ook? Beleefd blijven glimlachen bij de meest idiote beweringen, dan met de nodige omzichtigheid deze waanwijzen vanuit het moeras van hun dwaling naar vaste grond trachten te slepen.  Of, als het kan, ze negeren.

De ergste zijn de één-boek-lezers.  Daar valt niet mee te praten.  Wij leven natuurlijk allemaal in een toestand van 'halfbeschaving' (zoals Menno Ter Braak het noemde). In deze tijd van ver doorgedreven specialisatie zijn er nog  weinig 'gecultiveerde' mensen. Ieder werkt in zijn vakje, in een deelgebiedje van een deelgebied en blijft blind voor de rest van de hem omgevende werkelijkheid.  Maar heel wat mensen zijn zich helemaal niet bewust van hun beperktheid en verheffen zelfbewust hun stem  buiten het domein van hun deskundigheid. Ik benijd ze vaak om de ongecompliceerdheid van hun bestaan. Om hun zelfverzekerdheid.

"Niemand, die al eens een pleister heeft geplakt haalt het in zijn hoofd om zich dokter te noemen, terwijl iemand die al eens een gedachte heeft gehad zich al vlug een filosoof noemt..." verzuchtte de filosofe Annette Balkema.

Ze sloeg hier de nagel op de kop, al ben ik het met die pleister niet helemaal eens. Mijn ervaring is namelijk, dat ook "pleisterplakkers" elke vorm van bescheidenheid ontberen.  En je vindt ze overal. De mensen die zich informaticus noemen als ze een spelletje Mahjong op computer kunnen spelen. De artiesten die nauwelijks de voorkant van hun potlood kunnen vinden. De intellectuelen die zich verschuilen achter de gedachten van anderen, en ga zo maar door. Would-be psychologen, opvoeders en poseurs van alle slag die je trachten te overdonderen met Flair-wijsheden en ondoorleefde halve waarheden. De oorsprong van deze bijzondere psychologie of basishouding van de westerse massamens is me niet helemaal duidelijk. Feit is dat hun consumentengedrag ze volstaat. Zelfoverstijging, cultivering,  strookt niet met de wet van de minste inspanning die hun natuur regeert. De vanzelfsprekendheid waarmee ze de wereld, onze cultuur en hun eigen bestaan  beschouwen toont zich duidelijk in hun woorden. Want meningen hebben ze.  En hun woorden klinken hard en overtuigend, want in het  schelle licht van hun eenvoud missen ze de schaduw van de twijfel

Ik heb er weinig verweer tegen en ontwijk die doordrammers zoveel mogelijk. Of tracht ze te verteren met een dosis humor. Schrijven helpt ook. Met dit artikel wil ik dan ook alle verlegenen en bescheidenen der aarde oproepen om voor eens en altijd een einde te stellen aan de dictatuur van de middelmatigheid. Laat uw stem horen, als ze vast en sonoor klinkt. Laat uw vuist op tafel beuken, als het geen grenenhout is. Kruip niet langer weg, laat u zien, en stop de horden der barbaren en betweters die onze bol overspoelen met hun zever van overtuigingen en hun zeepbellen van gedachten. Schaam u niet langer om een bres te werpen tegen de opkomst van de massamens, de VTM-filosofen, de ideebox-toeristen die over alles hun zegje hebben in de overtuiging dat de meerderheid het gelijk aan zijn kant heeft. Ja, U daar, die de ramen en deuren van uw ziel hebt gesloten, in een poging om in solipsisme troost te vinden, sta op en treed in het licht!

Soms voel ik me als een landdier te midden van autochtone vijverbewoners. Het gevoel wordt sterker naarmate ik ouder wordt. Ik speel mijn rol nog herkenbaar, maar het offer weegt  zwaar.  Wat erger is: het idee van identiteit verlies ik elke dag iets meer. Ik ben als de verdoofde patiënt onder een postmodern scalpel dat mijn illusies blootlegt, ik ben de man zonder wortels, een ontheemde in de maalstroom van faits divers die dagelijks mijn aandacht opeisen. Alles wat ik overhoud is mijn woede en verwondering. Zij houden me waakzaam om niet in de kikkerpoel te vallen.

De massamens decreteert niet alleen naar welke programma's ik moet kijken, maar ook wat ik te lezen krijg en wat in de maatschappij de vigerende waarden en doelen worden.

Ja, democratie heeft een donkere kant. De meerderheid beslist.  Kwantiteit boven kwaliteit. Minderheidsgroepen worden verdrukt. Dit is de rebelión de las masas waar Ortega Y Gasset in 1930 over schreef. Toen al. Vóór de dagelijkse brainwash van de reclame en geestdodende soapreeksen het cultiveren van de middelmatigheid propageerden.  Hij wist het, hij voorzag het, met een scherper oog dan Nostradamus vanop zijn driepikkel. De nefaste ontwikkeling werd ingezet einde negentiende eeuw. Voordien was er nog respect voor individuen met ongewone capaciteiten, voor mensen die op de een of andere manier hun bijdrage leverden aan onze cultuur. Nietzsche voorzag de doorbraak van een allesverslindend nihilisme. Zijn noodkreet voor een nieuwe moraal, voor een sterke "Übermensch" die zelf zijn waarden kon bepalen buiten dogma en tradities om (want 'God was dood')  vooronderstelde natuurlijk een nobele geest. Voor de gewone mens was zulke taak niet weggelegd, maar dit is nu wèl aan het gebeuren. Ieder speelt eerste viool. Niemand heeft nog respect voor autoriteit, niemand luistert nog. Eilanden van zelfgenoegzaamheid. Kikkers in een poel. Kwaak. kwaak. Wie kan me nog wat leren dat ik al niet weet?

Van het optimistische project dat de achttiende-eeuwse verlichtingsfilosofen voor ogen hadden blijft er weinig over. Verlichting definieerde Kant als: het uittreden uit de onmondigheid waar je zelf schuld aan hebt. De mens van de XXste eeuw heeft lak aan zulke idealen. Fast food, fast cars (en fast women?) boden sterkere verlokkingen dan een ontwikkelde geest. De voor iedereen koopbare technologie veranderde grondig en snel ons leefpatroon. Vrij beschikbare consumptiegoederen en de verhoogde levensstandaard na de tweede wereldoorlog versnelden het proces, dat sommigen als 'Amerikanisering' van onze cultuur aanduiden. Fragmentering, cultuurrelativisme en  morele leegheid eisen echter hun tol.

De man van het volk is als een verwend kind geworden. Onverzadigbaar in het nastreven van goedkoop genot, steeds in de bres voor zijn eigenbelang. Nee, dat zeg ik niet, dat zegt Y Ortega, en die is al lang dood. Wie luistert er nog naar doden, als zelfs de levenden geen gehoor meer krijgen?

Ik ben niet de mond voor deze oren. Dat was Nietzsche weer, vanuit het graf. Weg ermee.  Het dringt eigenlijk nu pas tot me door dat ik tegenwoordig meer met doden praat dan met levenden. Is dat een vorm van necrofilie? Is dit strafbaar? Binnenkort zal het wel verboden worden. Naar het schijnt is er al een nieuwe Heksenhamer in de maak. Er staat in wat ik moet denken, wat ik moet zeggen en welke de meest gangbare cliché's zijn waardoor ik me veilig kan uitdrukken.

Wie beweert er dat in deze postmoderne tijden geen consensus meer is over moraal, kunst, wetenschap of wat dan ook? Kijk dan toch eens om je heen! Wie zei er dat er nog geen nieuwe moraal is? Die is er wel! Het is de moraal van de kikkers-in-de-poel.  Op elke hoek van elke straat ontmoet ik hen. Vrienden van vroeger? Uitgehold en gekloond. Kwaak. kwaak. Blinden met zelfverzekerde tred. Ik blijf zwijgen met de stemmen van de doden in mijn hoofd. Een spelletje intellectuele necrofilie. Belachelijk, maar noodzakelijk. Ik zoek een mens. Uit pure frustratie graaf ik weer in mijn boeken.  Ik verzadig me aan de ironie van Ter Braak,  de geniale oneliners van Nietzsche, de zangerige poëzie van Dylan Thomas.  Stilaan verjagen ze het gekwaak van de kikkers in mijn hoofd. Ik kan er weer een tijdje tegen. Verdorie, er wordt gebeld. Met tegenzin hijs ik me uit mijn zetel en ga de deur open doen.

"Goeiemorgen meneer, hebt U al eens nagedacht over uw levensbeschouwing en het einde der tijden? We hebben u uitverkoren om de waarheid te brengen...Hier, in dit boek, staat het allemaal in...kwaak...kwaak...kwaak..."

VLAM! Ik hoop dat ze hun opdringerige neus op tijd hebben weggetrokken.

 

Auteursrecht: Jules Grandgagnage

 

 

 

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb