Home » Filosofische begrippen

Filosofische begrippen

 

Allegorie van de grot - De Allegorie van de grot maakt deel uit van Plato's werk 'Politeia', waarin hij een beeld schetst van de ideale staat. De opvoeding van de staatsman-filosoof vergelijkt hij met een tocht uit de grot naar het licht van de ware kennis. De fictieve dialoog tussen Socrates en Plato's broer Glauco wordt verteld in Boek VII van de Staat.

Analytische filosofie - De benaming voor een filosofische stroming die aan het begin van de 20e eeuw in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten ontstond. Als filosofische praktijk wordt het gekenmerkt door een nadruk op argumentatieve helderheid en precisie, vaak door gebruik te maken van formele logica, conceptuele analyse en - in mindere mate - van wiskunde en natuurwetenschappen. Analytische filosofen laten de filosofie niet prevaleren boven de wetenschap, wat wil zeggen dat de filosofie geen aanspraak kan maken op "hogere" kennisvormen of andere benaderingswijzen dan de wetenschappelijke. De tegenhanger van de analytische filosofie is de continentale filosofie. 

Anaxagoras - Natuurfilosoof en astronoom uit de 5e eeuw v.Chr. Leerling van Anaximenes. Ontdekte de oorzaak van eclipsen.

Animisme - Filosofisch-religieuze stroming die uitgaat van de gedachte dat alles op Aarde levend is en een bewustzijn heeft, inclusief de levenloze natuur. 

Antisthenes (ca. 445 – ca. 365 v.Chr.) Grieks filosoof en leerling van Socrates; hij werkte diens leer van de ethiek verder uit en benadrukte het belang van een deugdzaam en ascetisch leven. Wordt beschouwd als de grondlegger van het filosofisch cynisme.

Antropocentrisme beschrijft de neiging van de mens om zichzelf te beschouwen als de centrale en meest belangrijke entiteit in het universum. Daarmee samenhangend verwijst het naar de beoordeling van de werkelijkheid vanuit een exclusief menselijk perspectief.

Apeiron (in het Oudgrieks ἄπειρον / apeiron) is een filosofisch concept dat voor het eerst door Anaximander werd gepresenteerd in de zesde eeuw voor onze tijdrekening. Thales zag in water het oorspronkelijke principe, de substantie van al het bestaande. Voor Anaximander is het apeiron, wat onbeperkt en onbepaald betekent: het principe en het element van alles dat bestaat.

De Apologie van Socrates is Plato's weergave van de toespraak die Socrates hield om zich voor de rechters te verdedigen tegenover de aanklacht dat hij een man zou zijn 'die de jongeren corrumpeerde, weigerde de goden te eren en nieuwe goden schiep.' "Apologie" betekent hier dus spreken ten gunste van een zaak of van iemands daden (van het Grieks απολογία).

Aporie is een term waarmee aangegeven wordt dat een filosofische vraag niet tot een bevredigend resultaat leidt. Veel van Plato's dialogen eindigen met een aporie. Socrates werpt een vraag op, discussieert er met anderen over, maar het resultaat van zijn onderzoek is niet sluitend en geeft onvoldoende antwoord op het probleem dat aan de orde werd gesteld.

A posteriori - empirische, feitelijke kennis, die is afgeleid uit ervaring. De Duitse filosoof Immanuel Kant stelde in zijn 'Kritiek van de zuivere rede' uit 1781 dat alleen a priori oordelen universeel geldig zijn (logisch noodzakelijk), terwijl kennis die uit ervaring is verkregen (a posteriori) 'contingent' is, dus mogelijk, maar niet zeker.

A priori - Uit het Latijn; betekent 'vooraf'. In de filosofie wordt het gebruikt om er een oordeel mee aan te duiden dat niet gebaseerd is op een of andere zintuiglijke waarneming. Het gaat om een soort kennis die de ervaring 'vooraf' gaat. De tegenhanger is a posteriori.

Argumentatietheorie is de interdisciplinaire studie van hoe de mens door logisch redeneren tot conclusies komt die gebaseerd zijn op premissen. Het omvat de domeinen van de kunst van het maatschappelijk debat, de dialoog en de overtuigingskracht.

Aristotelisme is de naam gegeven aan de leer die wordt afgeleid uit het werk van Aristoteles, en de term aristotelisch wordt eveneens gebruikt bij commentators van het werk van de Oud-Griekse filosoof. Aristoteles had een diepgaande invloed op de wetenschappen, met name doordat hij empirisch onderzoek en observatie benadrukte.

Atomisme (uit het Grieks ἄτομον, atomon, d.w.z. "ondeelbaar") is een natuurfilosofische stroming die stelt dat de fysieke wereld is samengesteld uit fundamenteel ondeelbare componenten die bekendstaan als atomen. Bekende volgelingen vandeze leer zijn Leucippus en Democritus.

Autonomie (van het Griekse αὐτονομία, autonomia) verwijst naar het vermogen om zichzelf te besturen, volgens eigen regels, en om onafhankelijk te werken, zonder externe controle en input van buitenaf.

Conceptualisme - Een filosofische theorie volgens dewelke een concept (algemeen of abstract idee) slechts een geestelijk object is, en niet meer dan dat. Conceptualisme bevindt zich halverwege tussen nominalisme en realisme. Het stelt dat, hoewel universalia (abstracties of abstracte ideeën) geen bestaan hebben in de buitenwereld, de gedachten en concepten in onze geest toch meer zijn dan alleen maar woorden (zoals het nominalisme stelt).

Continentale filosofie is een benaming voor filosofische tradities uit de 19e en 20e eeuw uit het Europese vasteland. Deze betekenis van de term is ontstaan onder Engelssprekende filosofen in de tweede helft van de 20e eeuw, die ermee verwezen naar een reeks denkers en tradities die buiten de analytische beweging van de angelsaksische filosofie stonden, zoals fenomenologen, levensfilosofen en existentialisten.

Critias was een Atheens redenaar, filosoof, politicus en dichter uit de 5e eeuw v.Chr., en een van de 'Dertig Tirannen'. In zijn jeugd was Critias een leerling van Gorgias en Socrates, maar nadien wijdde hij zich aan politieke intriges. Waarschijnlijk is hij niet de Critias uit Plato's dialogen.

Democratie - is een staatsvorm waarbij het volk zelf via verkiezingen vertegenwoordigers kiest die mogen besturen. Er is ook een bestuursvorm mogelijk waarbij het volk 'direct' betrokken is bij beslissingen, wat directe democratie genoemd wordt.

Dialectiek - In de klassieke opvatting van de Oud-Griekse filosofie betekent het zoiets als 'kunst van het debat'. Bij Hegel en Marx in de 19e eeuw heeft het te maken met de opheffing van de voortdurende strijd tussen tegenstellingen in zowel denken als werkelijkheid.

Dialogische filosofie is een filosofie binnen de joods-christelijke traditie die het dialogische in het centrum van reflectie plaatst en dit onderscheidt van de dialectiek van Immanuel Kant en Georg Hegel. In de ethiek stelt ze zich de vraag op welke manier de zinvolle dialoog gestalte kan geven aan de toekomst van de mens.

Dualisme - In de filosofie, met name in de filosofie van de geest, is dualisme een visie die stelt dat het universum bestaat uit een fysieke en een mentale component, dit in tegenstelling tot het monisme, de theorie dat er maar één fundamentele categorie van dingen of principes is. Deze ideeën verschijnen voor het eerst in de westerse filosofie met de geschriften van Plato en Aristoteles, voor wie de intelligentie van de mens (een vermogen van de geest of ziel) niet samenvalt of kan worden verklaard door zijn materiële lichaam.

Duits idealisme - Stroming die aan het eind van de 18e eeuw in Duitsland is ontstaan en daarom ook wel Duits idealisme wordt genoemd. Centraal staat de gedachte dat alleen over de eigen gevoelens en ideeën rechtstreekse kennis mogelijk is en uitwendige objecten alleen indirect worden waargenomen. Hegel onderscheidde verder het subjectief idealisme (waarin het menselijk bewustzijn centraal staat en als bron voor andere materie wordt gezien) van het objectief idealisme (waarin wordt uitgegaan van materie die losstaat van het menselijk bewustzijn) en plaatste daarboven nog het absoluut idealisme.

Eleaten is de naam van een presocratische filosofieschool die in de vroege vijfde eeuw v.Chr. werd opgericht door Parmenides in de oude stad Elea. Andere leden van de school waren Zeno van Elea en Melissus van Samos. Xenophanes wordt soms in de lijst opgenomen, hoewel daar enige discussie over bestaat. Elea, waarvan de moderne naam Velia is, was een Griekse kolonie in het huidige Campania in Zuid-Italië. De filosofen van de Eleatische school waren de eerste westerlingen die een probleem verwoorden dat veel filosofen sindsdien is blijven bezighouden: het idee dat er een duidelijk verschil is tussen de 'echte' wereld, alleen toegankelijk via de rede, en de schijnwereld die mensen normaal waarnemen en ervaren via de zintuigen.

Empirisme - stelt dat kennis alleen of voornamelijk afkomstig is van zintuiglijke ervaring. Het is een van de verschillende opvattingen van epistemologie, samen met rationalisme en scepticisme. Empirisme benadrukt de rol van empirisch bewijs bij de vorming van ideeën in plaats van aangeboren ideeën of tradities. 

Epicurisme - Een filosofische stroming die omstreeks 307 v.Chr. ontstond en gebaseerd is op de leer van de oude Griekse filosoof Epicurus. Het epicurisme was oorspronkelijk ontstaan als reactie op het platonisme. Later werd de belangrijkste tegenstander het stoïcisme.

Epistemologie - (zie Kennisleer); Epistemologie, of theorie van kennis, is nauw verbonden met metafysica en bekijkt hoe mensen te weten komen wat ze weten. Het is de studie van de aard, de bronnen en grenzen van kennis en begrip. 

Ethiek - heeft te maken met zedelijk handelen, vanuit een bepaalde opvatting over goed en kwaad. Terwijl moraal het handelen zelf is, biedt ethiek het denkkader om het handelen te motiveren. Er zijn drie kennisgebieden waarin ethiek een belangrijke rol speelt: de wijsbegeerte, de theologie en de medische wetenschap. Ethiek is de studie van principes voor goed menselijk gedrag. Het gaat vooral om het vaststellen van morele richtlijnen en het bespreken van hun nut. 

Esthetica - de filosofische studie van percepties, emoties, schoonheid en kunst. Esthetiek wordt soms gerekend als een vijfde tak van de filosofie (naast logica, ethiek, kennisleer of epistemologie, en metafysica). Het houdt zich bezig met de aard en voordelen van kunst, schoonheid en andere sensuele ervaringen.

Existentialisme - een filosofische en literaire stroming die stelt dat individuen de zin en essentie van hun leven zelf moeten creëren door hun actie en moed. Het existentialisme beschouwt elke persoon daarom als een uniek wezen: iemand die niet alleen de meester is van zijn daden en zijn lot, maar ook - in voor- en tegenspoed - van de waarden die hij wil aannemen. Doordat een mens zelf zijn keuzes maakt in het leven, is hij er ook verantwoordelijk voor. Bekende 20e-eeuwse existentialistische filosofen zijn Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Simone de Beauvoir. Hun werk richtte zich op thema's als angst, verveling, vervreemding, absurditeit, vrijheid, engagement en het niets als fundamentele elementen van het menselijk bestaan.

Fenomenalisme - een empiristische kennistheorie die eerst werd geformuleerd door George Berkeley (1685-1753) en later door John Stuart Mill (1806-1873), volgens dewelke alle kennis van onze externe wereld door ervaring aan ons wordt overgebracht. Volgens het hedendaagse fenomenalisme kan alles wat we weten over de realiteit worden gereduceerd tot uitspraken over sensorische input; fysieke objecten bestaan niet als dingen op zichzelf, maar alleen als perceptuele verschijnselen.

Fenomenologie (uit het Grieks: phainómenon, 'wat verschijnt'; en lógos, 'studie') is een 20e-eeuwse stroming, opgericht door Edmund Husserl met als doel van filosofie een wetenschappelijke discipline te maken. Het dankt zijn naam aan zijn benadering, namelijk om de realiteit te begrijpen zoals zij gegeven is en zich kenbaar maakt door middel van 'fenomenen'. Het maakt filosofie tot de systematische studie en analyse van doorleefde ervaring, en van de inhoud van het bewustzijn.

Filosofie - Grieks: φιλοσοφία filosofia = 'houden van wijsheid'. Betekent zoveel als liefde tot kennis of wijsheid. In tegenstelling tot de wetenschappen heeft de filosofie geen eigen object, maar eerder een eigen methode. In de klassieke oudheid was alles object van de filosofie, maar door de opkomst van de moderne wetenschappen vanaf de 17e eeuw is haar onderzoeksgebied afgekalfd. Zo is de studie van de mens nu het terrein van antropologie en psychologie bijvoorbeeld, net zoals sterrenkunde nu voorbehouden is aan de astronomie. De Duitse filosoof Kant noemde 4 kernproblemen waar de filosofie zich mee bezighoudt:

  1. "Wat kan ik weten?" (Kennistheorie)
  2. "Wat moet ik doen?" (Ethiek)
  3. "Wat mag ik hopen?" (Metafysica) of ontologie
  4. "Wat is de mens?" (Filosofische antropologie)

Geschiedfilosofie is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de betekenis die mogelijk kan worden toegekend aan de menselijke geschiedenis. Zij speculeert ook over een mogelijk achterliggend teleologisch principe in deze ontwikkeling: is er een ontwerp, een doel, een richtinggevend beginsel dat deze geschiedenis beheerst?

Gnosis'' - esoterische kennis die door de oude gnostici van de eerste eeuwen na Chr. als essentieel werd gezien voor spirituele verlossing.

Godsdienstfilosofie - een wijsgerige discipline gewijd aan de studie van religieuze fenomenen. Filosofen van dit vakgebied trachten de claims op religieuze waarheden van de verschillende geloofssystemen te evalueren. Binnen de belangrijkste theïstische tradities, jodendom, christendom en islam betreffen deze aanspraken het bestaan, de aard en de daden van een God die als eeuwig, transcendent en almachtig wordt gezien, en als de schepper van al het bestaande.

Hedonisme (van het Griekse hèdonè: genot) is een levensbeschouwing en filosofie die het genot als richtsnoer voor het handelen neemt. Socrates' leerling Arististippus van Cyrene (ca. 435 - ca. 356 v.Chr.) zou er de grondlegger van zijn.

Hegelianisme - De filosofie van Hegel en zijn volgelingen die de ultieme werkelijkheid in ideeën plaatst en niet in dingen, en die dialectiek gebruikt om een absoluut idee achter fenomenen te begrijpen. Met andere woorden: alleen het rationele is echt, wat betekent dat alle realiteit in rationele categorieën kan worden uitgedrukt. Hegeliaanse dialectiek bestaat uit drie ontwikkelingsstadia:

  1. ten eerste een stelling of verklaring van een idee (these), die aanleiding geeft tot een tweede stap:
  2. een reactie of antithese die de stelling tegenspreekt of tenietdoet;
  3. en ten derde de synthese, een stelling waardoor de verschillen tussen de twee standpunten zijn opgelost.

Hermeneutiek - de theorie en methodiek van interpretatie van vooral Bijbelteksten en filosofische teksten.

Idealisme - of filosofie van de geest - staat lijnrecht tegenover materialisme. Het is een filosofische opvatting die stelt dat de werkelijkheid is gebaseerd op de geest. Met andere woorden: mentale representaties, denken en bewustzijn is de enige werkelijkheid. De idealist geeft een prominente plek aan de ideeën en beweert dat er geen werkelijkheid is zonder dat ze gedacht kan worden. Een bekend idealist onder de filosofen is Plato met zijn Ideeënleer. Zie ook: Duits idealisme.

Ideeënleer of Leer der Vormen verwijst naar Plato's 'Ideeën', een soort algemene begrippen die als 'vorm' gezien worden voor de materiële objecten in de wereld. Hij plaatst ze in een 'ideeënwereld' waar het 'idee van het Goede' de top van de hiërarchie van ideeën vormt. Een voorbeeld: we zien overal stoelen, in allerlei vormen en stijlen. Toch herkennen we ze als 'stoel'. Dat is het idee 'stoel' waar alle tijdelijke vormen zijn van afgeleid. Deze ideeën zag Plato als het enig werkelijke, terwijl alles wat aan verandering onderhevig is (wat wij dan weer als werkelijk zouden beschouwen!) slechts illusie is. Dit illustreert hij treffend in de 'allegorie van de grot'.

Kennisleer  is een filosofisch onderzoek naar kennis. Vragen die de kennisleer zich stelt zijn onder meer: 'Hoe is kennis mogelijk?' 'Wat zijn de bronnen van kennis?' 'Wat is ware kennis?' en 'Wat zijn de voorwaarden van kennis?' Een ander woord voor kennisleer is epistemologie, of kentheorie.

Ken uzelf - Dit Oudgriekse aforisme (Grieks: γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton) was volgens een reisverslag van de Griekse schrijver Pausanias een inscriptie in een kamer - de pronaos - nabij de ingang van de Tempel van Apollo in Delphi. Het werd aan verschillende wijsgeren toegeschreven, onder wie Chilon van Sparta,
Heraclitus, Pythagoras, Socrates, Solon van Athene en Thales van Milete.

Het kosmologisch argument is een argument (bewijs, betoog) dat in de theologie of in de filosofie wordt aangehaald om het bestaan van God aan te tonen. Gewoonlijk neemt het de vorm aan van "Er moet een eerste oorzaak geweest zijn van alles wat bestaat, die onveroorzaakte oorzaak (de Onbewogen beweger) was God." De twee bekendste versies van het kosmologisch argument zijn die van Thomas van Aquino en René Descartes.

Kwintessens (lett. "het vijfde wezen, de vijfde essentie") - Een term uit de presocratische filosofie. Volgens Pythagoras het eigenlijke wezen van alles, waaruit de vier basiselementen lucht, aarde, water en vuur zouden zijn ontstaan.

Levensfilosofie - levensbeschouwing die in het leven zelf de bron ziet van alle waarden als antwoord op de vraag over de zin van het leven. In de filosofie is het nauw verbonden met het vitalisme van Henri Bergson en andere filosofen die het leven centraal stellen en hun blik richten op het hier en nu.

Logica is de tak van de filosofie die zich toelegt op het begrijpen en formuleren van de regels van redenering en gevolgtrekking. Logica is ontstaan bij Aristoteles, die het gebruik van variabelen heeft geïntroduceerd als een hulpmiddel bij het beschrijven van logische argumenten in algemene termen. 

Logos - (Grieks: Woord) is een term die zoiets als een 'wereldziel' beschrijft, een intelligente oorzaak en structuur. Het scheppende woord of de scheppende gedachte. Heraclitus was de eerste die over een 'kosmische logos' of wereldrede sprak.

Meta-ethiek reflecteert als filosofische discipline over wat de achtergronden zijn van onze overtuigingen in verband met wat we als het goede beschouwen en hoe we onze levens moeten leiden. Meer bepaald houdt ze zich bezig met de vraag naar de aard en de gronden van deze overtuigingen.

MaterialismeDe opvatting dat alles te herleiden is tot materie. De tegengestelde metafysische opvatting is idealisme, dat stelt dat de werkelijkheid zoals de mens die kan kennen, fundamenteel mentaal van aard is, en ook mentaal wordt geconstrueerd.

In de metafilosofie (van het Griekse meta μετά dat "na", "achter" en "zelf" betekent + philosophía φιλοσοφία of "liefde voor de wijsheid) bestuderen filosofen het onderwerp, de methodes en de doelen van filosofie. Een filosofie van de filosofie dus. De belangrijkste vraag die metafilosofen zich stellen is: "Wat is filosofie?" Door deze zelfreflectie hopen ze waardevolle antwoorden te vinden om hun vakgebied beter te definiëren.

Metafysica - of 'Zijnsleer'. in de klassieke filosofie betekende metafysica hetzelfde als ontologie, namelijk de algemene leer van de laatste grondslagen van de werkelijkheid. Het woord betekent in het Grieks 'wat na (Meta) de natuur (fysica) komt. Met de term 'Metafysica' duidden de studenten van Aristoteles de werken aan die niet tot zijn natuurfilosofie (wetenschappelijke werk) behoorden.

Metafysisch realisme - het standpunt dat er buiten onze geest – in ruimte en tijd – werkelijke objecten bestaan, onafhankelijk van ons waarnemingsvermogen, onze kennis ervan en de taal waarmee we ze benoemen, of onze ervaring ermee. Het is het standpunt dat de meeste wetenschappers, filosofen en gewone mensen ('het gezond verstand') innemen. Zie ook universalia, nominalisme en conceptualisme.

Monisme - Een filosofische opvatting waarin wordt gesteld dat de wereld bestaat uit slechts één stof: materie of geest. Er zijn verschillende soorten monismen.Het substantieel monisme - dat wordt onderscheiden van het attributief monisme (atomisme) - beschouwt alles als ondeelbaar en onveranderlijk, terwijl het fysisch monisme ofwel materialisme ervan uitgaat dat alles inclusief de geest is te herleiden tot materie, in tegenstelling tot wat het psychisch monisme (idealisme) beweert.

Moreel relativisme  - Het filosofische standpunt waarbij geen absolute, voor iedereen geldige morele of ethische waarden aanvaard worden, vermits die gezien worden als bijvoorbeeld cultureel bepaald, historisch relatief en/of persoonsgebonden. Moreel relativisten stellen dat er geen sprake kan zijn van zoiets als universele morele waarheden, zoals verdedigd door de aanhangers van het moreel objectivisme.

Natuurfilosofie - Natuurfilosofie was de filosofische studie van de natuur en het fysieke universum die nu beschouwd wordt als de voorloper van de moderne natuurwetenschappen. Met name de presocraten van de 6e en 5e eeuw v.Chr. (Thales, Anaximander, Anaximenes bijvoorbeeld) hielden zich bezig met het onderzoek van de fysieke wereld.

Neoplatonisme - Een filosofisch stelsel dat ontstaan is door samensmelting van de filosofie van Plato, Aristoteles en de Stoa, plus elementen uit de oosterse, mystieke godsdiensten. De belangrijkste vertegenwoordiger is de derde eeuwse filosoof Plotinus (ca. 204/205). Het neoplatonisme betekende het einde van de antieke filosofie. Het neoplatonisme nam het dualisme van Plato over met een superieure wereld van Ideeën en een ondergeschikte aardse wereld. Het zou met zijn driedeling God-Geest-Wereldziel, allen ontstaan uit 'Het Ene' (Idee), een grote invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het christendom.

Noumenon - Grieks voor 'dat wat aan het verstand verschijnt' of 'door het verstand gedacht wordt', het tegengestelde van phainomenon, 'dat wat aan de zintuigen verschijnt'. Een begrip bijvoorbeeld waaraan geen voorwerp beantwoordt is een noumenon. Een 'waarde' is zoiets.

Nous - Met Nous wordt bedoeld: de hoogste vorm van denken, een bijna "goddelijk" denken. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots 'ziet', als bij een goddelijke ingeving. Dit in contrast met de andere vorm van denken, dianoa genoemd, waarbij je stap voor stap een redenering opbouwt naar een conclusie.

Oligarchen - Oligarchie is een vorm van regering waarbij een kleine elite door kracht, overerving of rijkdom toch de macht in handen heeft. In 411 v.Chr. vond de oligarchische revolutie plaats, een mislukte staatsgreep die een einde wilde maken aan de Atheense democratie.

Ontologie - zie Metafysica

Pantheïsme - Religieus-filosofische stroming die ervan uitgaat dat alles en iedereen deel uitmaakt van iets goddelijks. Pantheïsme (van het Grieks pan, alles; theos, god) is de opvatting, volgens welke God en de wereld één zijn. De leer gaat terug tot het begin van de Indiase filosofie. Het verschijnt in de loop van de geschiedenis in een grote verscheidenheid aan vormen.

Paradox - Grieks para (tegen) doxa (geloof, verwachting) : schijnbare tegenspraak. De oudst bekende paradox is de volgende: "Spreekt een Kretenzer die beweert dat alle Kretenzers leugenaars zijn de waarheid?" Wat je ook antwoord, ja of nee, je botst op een tegenspraak.

Platonisme - heeft betrekking op de filosofie van Plato en ook op latere filosofen die zijn invloed ondergingen.

Pragmatisme - Filosofische stroming die aan het eind van de 19e eeuw in de Verenigde Staten is ontstaan als tegenreactie op met name het Duits idealisme. Het is een filosofie die gelooft dat de waarheidswaarde van een propositie ligt in haar uitvoerbaarheid of voordeel. De bedoeling van de pragmatici was om een filosofie te formuleren die succesvolle resultaten opleverde voor de filosoof. Critici stellen dat de pragmatici het nastreven van de waarheid verwarren met het nastreven van hun eigen bevrediging.

Premisse - een vooronderstelling of aanname: dat waarvan men uitgaat bij het begin van een redenering.

Presocraten - of presocratici heeft betrekking op alle Griekse wijsgeren die vóór Socrates leefden en werkten. Ook zijn tijdgenoten die niet door hem zijn beïnvloed worden zo aangeduid. Geografisch vooral te situeren aan de Ionische kust van Klein-Azie¨en de Griekse kolonies in Zuid-Italië en Sicilië. De oudste, en ook een van de bekendste natuurfilosofen, is Thales van Milete, de eerste westerse wijsgeer.

Presocratische filosofie - De filosofie van de presocraten. Het gaat om de Griekse wijsgeren die vóór Socrates leefden en werkten, of om tijdgenoten van Socrates die niet door hem werden beïnvloed. Geografisch zijn de presocraten vooral te situeren aan de Ionische kust van Klein-Azie¨ (het huidige Turkije) en de Griekse kolonies in Zuid-Italië en Sicilië. De oudste, en ook een van de bekendste natuurfilosofen, is Thales van Milete, de eerste westerse wijsgeer.

Pythagoras & Pythagorisme - Pythagoras was een Grieks filosoof uit de 6e eeuw v.Chr. die zich in Zuid-Italië had gevestigd en daar een filosofische gemeenschap oprichtte. In zijn leer komen oostelijke elementen voor als zielsverhuizing en verlossing uit het 'Wiel der geboorten'. Hij dacht dat de harmonie van de kosmos in getallen kon worden uitgedrukt, en vond deze harmonie ook terug in de muziek. Zijn volgelingen, de pythagoreeërs, hielden zich vooral bezig met getallenmystiek en wiskundige onderwerpen. Van Pythagoras' wiskunde is vooral de Stelling van Pythagoras over de kwadraten van de zijden van een rechthoekige driehoek bekend.

Rationalisme - is de filosofische, wereldbeschouwelijke stellingname dat de rede, het verstand, steeds voorrang krijgt als manier van kennis verwerven. Niet de zintuigen dus. Een bekende rationalist was de 17e eeuwse Franse filosoof en wiskundige René Descartes. Hij probeerde vanuit zijn redenering 'Ik ben dus ik besta' de rest van alle mogelijke kennis af te leiden.

Relativisme - De filosofische houding die stelt dat er een gebrek aan duidelijkheid en objectiviteit is met betrekking tot kennis, cultuur, ethiek en waarheid. Het relativisme stelt dat wat waar of ethisch is voor één sociaal systeem of conceptueel schema alleen noodzakelijkerwijs waar of ethisch is als subjectief perspectief van die persoon of dat ding. Met andere woorden: relativisme ontkent het bestaan van universele waarheden. Al naargelang de context spreekt men van bijvoorbeeld cultureel, ethisch of wetenschappelijk relativisme. De twee belangrijkste types zijn cognitief (epistemologisch) en ethisch (moreel) relativisme.

Res cogitans (Latijn voor denkende substantie) is bij René Descartes samen met res extensa een van de twee substanties waar hij onderscheid tussen maakt. Het begrip valt vrijwel samen met de betekenis van bewustzijngeest of ik.

Retorica - of retoriek is de kunst van het spreken in het openbaar. Met het aanleren van deze kunst aan toekomstige bestuurders en rijke jongelui kwamen de sofisten het Oude Griekenland aan de kost. Het was immers belangrijk om zowel in politiek als rechtspraak overtuigend te kunnen spreken en schrijven. Aristoteles besteedde er aandacht aan in zijn Ars Rhetorica. Ook bij de Romeinen stond de retorica nog in hoog aanzien. Zo zijn er van Cicero heel wat redevoeringen bewaard gebleven.

Scepticisme - Filosofisch scepticisme (uit het Grieks σκέψις skepsis, "onderzoek") is een filosofische denkrichting die de mogelijkheid van zekere kennis in twijfel trekt. Sceptische filosofen uit verschillende historische perioden hebben verschillende principes en argumenten aangenomen, maar hun ideologie kan worden veralgemeend als ofwel 1) de ontkenning van de mogelijkheid van alle kennis of 2) de opschorting van het oordeel vanwege de ontoereikendheid van het bewijs.

Scholastiek - een middeleeuwse term voor de academische filosofie die van universiteiten uitgaat, in tegenstelling tot de monastieke filosofie van de Kerk. Het verwijst naar de onderwijsmethode die van de 9e tot de 15e eeuw in West-Europa in zwang was en de theologie en traditionele filosofie met elkaar verbond. Een zeer belangrijk onderdeel van de scholastiek was de universaliënstrijd (zie ook universalia).

Sociaal contract - verwijst naar een toestand van een mens in de moderne maatschappij waarin hij een deel van de vrijheden die hij in zijn 'natuurstaat' bezat stilzwijgend wil afstaan in ruil voor een meer beschermd bestaan. De bekendste contractfilosofen zijn Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau. In onze tijd is John Rawls een van de voornaamste auteurs over het sociaal contract.

Socratische dialoog - Een genre van literaire prozawerken dat werd ontwikkeld in Griekenland aan het begin van de vierde eeuw voor Christus. De bekendste ervan zijn de dialogen van Plato en de socratische werken van Xenophon. Typisch aan socratische dialogen is dat de opgevoerde personages morele en filosofische problemen bespreken. Vaak, maar niet altijd, is de Griekse filosoof Socrates de hoofdpersoon. De socratische dialoog bleef tot in onze tijd populair en wordt tegenwoordig bijvoorbeeld in counseling als gesprekstechniek gebruikt, en door bedrijven georganiseerd die aan zelfreflectie willen doen. 

Sofist - Sofisten waren Griekse filosofen die in de 5e eeuw v.Chr. burgers tegen betaling leerden hoe zij succesvol moesten spreken in de rechtbank en in de volksvergadering. In Plato's dialogen verschijnen zij als pedante leraars die niet naar waarheid zoeken zoals Socrates, maar ten koste van alles via argumentatie gelijk willen halen. Ondanks de kritiek van Aristoteles en Plato waren zij nochtans de eerste filosofen die zich met de (natuur van) de mens gingen bezighouden. Zij stelden ook de problemen van de menselijke kennis en het menselijk handelen aan de orde en bereidden zo de bloei van de Griekse filosofie met Plato en Aristoteles voor.

Solipsisme - een filosofische denkwijze op idealistische leest geschoeid. Het gaat ervan uit dat alleen het bestaan van de eigen ‘geest’ of bewustzijn zeker is. Metafysisch solipsisme stelt zelfs dat bijgevolg alles daardoor moet ontstaan zijn als bij wijze van voorstelling en geen eigen werkelijkheid bezit. Het gaat dus om een ontologische en epistemologische opvatting dat niets bestaat of kan worden gekend dan het eigen zelf en de inhoud van het eigen bewustzijn. Solipsisme is vergelijkbaar met egoïsme dat er immers van uitgaat dat niets zo waardevol is als eigen interesses en plezier.

Solon (640-558 v.Chr.) - Grieks staatsman, wetgever en dichter uit het Athene van de 7e en 6e eeuw v.Chr. Hij wordt vaak als 'uitvinder' van de Atheense democratie genoemd en was een van de "zeven wijzen" van Griekenland. Zijn gedichten vormen voor historici de voornaamste bron van informatie over de economische en sociale crisis die hij het hoofd moest bieden.

Stoïcijnen - Stoïcijnen zijn volgelingen van de leer van de Stoa. De Stoa was een filosofische school in de klassieke oudheid. Vooral vanaf 300 v.Chr. heeft zij grote invloed uitgeoefend op het Romeinse keizerrijk en het denken van de hele hellenistische wereld. De stichter van de Stoa was Zeno van Citium (gestorven ca. 290 v.Chr.) Centraal bij de Stoa staan een sobere leefwijze (aan de Cynici ontleend) en het begrip 'Logos', Wereldgeest. Een beroemde stoïcijn was de Romeinse keizer Marcus Aurelius Antoninus (121-180). Zelf was hij dan weer beïnvloed door Epictetus (ca. 50 tot ca. 130)

Stoïcisme - de filosofische overtuiging dat zelfbeheersing en onthechting, soms geïnterpreteerd als onverschilligheid voor plezier of pijn, het mogelijk maakt om op een onbevooroordeelde manier te argumenteren. Het is genoemd naar de plaats waar de stichter, Zeno van Citium (ca. 335-ca. 263 v.Chr.) onderwees. Stoïcijnen wantrouwden zintuigen en perceptie en beweerden dat logica (de rede) het enige middel was om de wereld echt te kunnen begrijpen. Ze ontwikkelen een materialistische fysica en een ethiek die deugd gelijkstelde aan logica. Hierbij bepleitten zij een passievrije toestand van de geest.

Subjectivisme- vraagt zich af of kennis van de buitenwereld mogelijk is en stelt dat de mens niets anders kan kennen dan zijn eigen geest. Subjectieve ervaring is de ultieme maatstaf voor dingen, en dingen bestaan alleen in het bewustzijn van het individu.

Syllogisme - Redenering die bestaat uit drie proposities: twee vooropgezette stellingen (de premissen) en een hierop gebaseerde conclusie.

Teleologie (van het Griekse τέλος "doel" en λογία "rede") is een stroming binnen de filosofie die van alles in de (levende) natuur het doelmatige karakter en de eindigheid (finaliteit) centraal stelt. Wie gelooft in het telos van de dingen, gaat niet uit van causaliteit (oorzaak->gevolg) om acties te verklaren, maar van het doel dat het ding, het dier of de mens wil bereiken. De actie wordt met andere woorden 'verklaard' vanuit het resultaat. Een bekend voorbeeld: een eikel streeft ernaar een eik te worden.

Theocentrisme (samengesteld uit het Griekse θεός - theos, God en κέντρον - kentron, centrum), betreft een religieus gevormd wereldbeeld dat één of meer goden in het spirituele centrum van de wereld ziet.

Thomisme - Een aan het eind van de middeleeuwen opgekomen filosofisch-theologische stroming die de leer en het werk van Thomas van Aquino (1225-1274) voortzet. Deze filosofie is met name gebaseerd Aquino's zeer invloedrijke Summa Theologica en kan breed worden omschreven als aristotelisme toegepast op de christelijke theologie.

Universalia kom je vaak tegen in een zin als 'het probleem van de universalia'. Het betreft de status van algemene begrippen die je met allerlei verschillende dingen blijkbaar kunt gebruiken. Zoiets als 'rood' kun je van allerlei dingen zeggen, maar bestaat er op zichzelf zoiets als rood of roodheid? Meestal wordt daar door filosofen 'ja' op geantwoord, maar er zijn twee met elkaar strijdige standpunten: realisme en nominalisme. Het realisme zegt: universalia zijn werkelijkheid en als zodanig onafhankelijk van het menselijk denken. Nominalisten zeggen: universalia zijn niets anders dan woorden en zijn zelf niet werkelijk. In de middeleeuwen is over deze kwestie heel wat gebakkeleid in de zogenaamde 'Universaliënstrijd'.

Wereldziel - Grieks: ψυχή κόσμου, Latijn: Anima mundi) is de etherische geest waarvan volgens sommige antieke filosofen alles in de wereld doordrongen zou zijn. De anima mundi zou alle dingen van welke materie ook bezielen, net zoals verondersteld werd dat de ziel een mens 'animeerde'.

Yin en yang - Het idee dat al het bestaande wordt beheerst door twee tegengestelde krachten, de ene (Yang) mannelijk en de andere (Yin) vrouwelijk en afhankelijk van elkaar.

Maak een Gratis Website met JouwWeb